Basset Hound - Geschiedenis v/h ras
De Basset Hound is een vreemde weg gegaan, zoals uit zijn geschiedenis
zal blijken. Het is een jachthond van Franse herkomst, met een Frans
/ Britse naam (het franse woord "bas" betekent laag).
Over de herkomst van de Basset Hound lijkt er niet een
éénduidig verhaal te zijn. Sommige deskundigen menen dat
hij van oosterse herkomst is en denken dat zijn voorouders in de periode
van de kruistochten uit Constantinopel naar Europa zijn meegebracht.
Het lijkt echter veel aannemelijker dat de Basset Hound afstamt van
de Franse Basset d'Artois, die ruim 100 jaar geleden in Engeland terechtkwam
en daar werd gekruist met verschillende rassen, met name de Beagle en
de Bloedhond. Het is niet erg waarschijnlijk dat de laag op de benen
staande Franse Basset al voor de 19e eeuw buiten Frankrijk wijd verspreid
waren.
De eerste Franse Bassets die in Engeland werden geïmporteerd (dat
wil zeggen waarvan schriftelijke bewijzen zijn gevonden), waren twee
honden genaamd Basset en Balle. Ze werden in 1867 door Lord Galway aangekocht.
Vanaf die tijd werden er diverse fokprogramma's opgesteld. Dit liep
bijna uit tot een niet gewenst resultaat.
Het is de zeer bekwame fokker Millais geweest, die nieuw bloed invoerde
door de kruising met de bloedhond. Het resultaat van deze kruising is
de "huidige" Basset Hound.

Over zijn herkomst (oosterse of Franse), is men het misshien niet
eens, maar één ding is zeker; in de 16e eeuw bestonden
al Basset Houndachtige honden, getuigen deze gravure uit het werk van
Jacques du Fouilloux uit 1661.
Rond 1900 werd er in Engeland regelmatig geshowd met de
Basset Hound. Op een gegeven moment begon het showtype van de Basset
Hound af te wijken van het jachttype, dat lichter en beweeglijker was.
Jagers hadden vooral belangstelling voor het sportieve type, terwijl
fokkers die speciaal showhonden fokten zich meer bezig hielden met de
schoonheidsaspecten. Deze kloof mondde in 1911 uit in de oprichting
van de Masters of Basset Hounds Association.
De fokkerij van de gebroeders Heseltine hield de Basset
Hound ook na de Eerste Wereldoorlog in stand. Hun lijnen drukten gedurende
een flink aantal jaren een duidelijke stempel op het gehele ras.
De fokkerij maakte vervolgens in Engeland gedurende de Tweede Wereldoorlog
een dieptepunt door. Na afloop van de oorlog was het aantal Basset Hounds
sterk afgenomen.
Miss Peggy Keevil was de enige die trachte het ras in stand te houden.
Zij was genoodzaakt om Franse honden te importeren die voor dit doel
geschikt waren. Zij vond drie goed gebouwde Bassets Artésien-Normand.
De gedwongen kruisingen hadden bijna geen invloed op het type. Er werd
gezegd dat zonder deze gewaagde stap, het ras in de naoorlogse periode
groot gevaar zou hebben gelopen te verdwijnen.
In mei 1954 werd in Londen een nieuwe Basset Hound Club
opgericht, o.a. met medewerking van Miss Keevil. Vanaf dat moment begon
de fokkerij gestaag op te bloeien.
bron; "Mijn Hond Mijn Vriend - nieuwe geïllustreerde
Honden-encyclopedie - x040-02
|